Een woningcorporatie is volgens de officiële definitie een privaatrechtelijke instelling (stichting of vereniging) die uitsluitend werkzaam is op het gebied van de volkshuisvesting, voor mensen die niet of onvoldoende in staat zijn in hun eigen huisvesting te voorzien (de doelgroep). Bij koninklijk besluit worden corporaties toegelaten als instelling. Als synoniem voor ‘toegelaten instelling’ wordt ook vaak de term ‘sociale verhuurder’ gebruikt.
De meerwaarde van de corporatie ten opzichte van andere partijen is dat zij zich inzet voor het maatschappelijk nut: het oplossen van volkshuisvestelijke problemen die de marktsector niet oppakt. Als een sociale belegger nemen zij bijvoorbeeld de huisvesting van asielzoekers, gehandicapten en ex-gedetineerden voor hun rekening. In vergelijking met de koopsector en de commerciële verhuur biedt zij daarbij een vorm van zekerheid: een flinke voorraad betaalbare huurwoningen met een goede kwaliteit die goed wordt onderhouden. Winstmaximalisatie is daarbij geen doel. Corporaties nemen in de regel een gematigd rendement voor lief.
Onder doelgroep (aandachtsgroep) wordt verstaan: huishoudens met een inkomen tot ca. € 33.000. Overeenkomend met de ziekenfondsgrens die tot 1 januari 2006 van kracht was. Daarnaast gaat het bij corporaties om het passend huisvesten van groepen met specifieke woonbehoeften of specifieke woonproblemen zoals ouderen, gehandicapten, studenten, woonwagenbewoners, dak- en thuislozen, ex-psychiatrische patiënten, statushouders en dergelijke.