Kennisbank > Dossier cultuur en erfgoed > KEI-overzicht: Cultuurimpuls ISV2 > Method...

Dossier Cultuur en erfgoed

KEI-overzicht: Cultuurimpuls ISV2


Methoden en werkwijzen

Overzicht van werkwijzen, instrumenten en praktijkvoorbeelden

Cultuurhistorische waarde van naoorlogse woonwijken
Rijksdienst Monumentenzorg
De Rijksdienst voor de Monumentenzorg ontwikkelde een methodiek om de cultuurhistorische waarde in kaart te brengen en te benutten als uitgangspunt bij verbetering. Hiermee kunnen de kwaliteiten, kansen en mogelijkheden worden aangeduid om bestaande structuren, gebouwen en waarden te benutten bij herinrichting van naoorlogse wijken. De methodiek is toegepast in drie steden: Venlo, Leeuwarden en Den Haag. Meer informatie over de publicatie. | Meer informatie...

CHER Cultuurhistorische Effectrapportage
Bureau Monumenten en Archologie, gemeente Amsterdam
Ieder nieuw bestemmingsplan in de binnenstad bevat een analyse van de ontstaansgeschiedenis van het plangebied: hoe komt het dat een buurt eruit ziet zoals zij eruit ziet en wat is de historisch gegroeide kwaliteit. Dit onderzoek wordt vertaald in de stedenbouwkundige en bouwkundige voorschriften van het bestemmingsplan.
Bij bouwplannen van enige omvang of functieveranderingen in een gebied wordt stedenbouw-historisch onderzoek een vast onderdeel van het planproces. De Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) beschrijft cultuurhistorische waarden en doet aanbevelingen hoe daarmee om te gaan.
Twee voorbeelden:
- Watergraafsmeer - Tuindorp - Frankendaal
- Westelijke Tuinsteden - Parels van Nieuw west
Daarnaast heeft Amsterdamse architectuurordenkaarten en de daarbij behorende voorschriften als toetsingskader bij het ontwikkelen en beoordelen van bouwplannen.

Cultuurhistorische analyses
Bureau Monumenten, dS+V, gemeente Rotterdam
Cultuurhistorische en stedenbouwkundige ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van de naoorlogse tuinsteden: IJsselmonde, 110-Morgen, Zuidwijk, Pendrecht, Lombardijen, Hoogvliet, Overschie, Schiebroek, Het Lage Land en Ommoord. Doel van de onderzoeken is de kennis over de wijken te vergroten en inzicht te geven in de waardevolle elementen, waardoor deze meegewogen kunnen worden in het herstructureringsproces. Uitgangspunt is de vertaalslag van het cultuurhistorisch onderzoek naar de ontwerppraktijk.

Cultuurhistorische verkenningen 
In Zoetermeer zijn, als onderdeel van het project De Gave Stad, cultuurhistorische verkenningen gemaakt van de verschillende wijken. Met de subtitel: Zoetermeer als staalkaart van de naoorlogse stedenbouw en architectuur. Twee wijken kennen een herstructureringsprogramma.
Cultuurhistorische verkenningen van Palenstein en Buytenwegh (pdf-bestanden). 

Wikken en wegen in waardevolle wijken
Bureau De Lijn en Rein Geurtsen & partners
Wikken en wegen in waardevolle wijken is een methode die het historisch verantwoorde vernieuwing van 20-40 wijken ondersteunt. Kenmerkend voor dit type wijk is het samenspel tussen architectuur en de plaats van bouwblokken in een wijk. De methode werkt gebiedsgericht en niet objectgericht. Het gaat om architectonische kenmerken die de functie van een bouwblok in de stad ondersteunen.
Verder wordt de dynamiek van de woningmarkt in de analyse betrokken. De methode bestaat uit vijf stappen, waarbij de verschillende kwaliteitsaspecten van een wijk op kaarten worden ingetekend. Door die kaarten vervolgens samen te brengen, is het mogelijk de kwaliteiten in een analyse tegen elkaar af te zetten. De politieke besluitvorming kan op basis van deze methode worden genuanceerd. De methode is beschreven in een werkboek en is bedoeld voor corporaties, ambtenaren en bestuurders.

Cases Wikken en wegen in waardevolle wijken
Philipsdorp, Eindhoven

De toekomstvisie voor de Eindhovense wijk Philipsdorp is gebaseerd op de methode 'Wikken en wegen in waardevolle wijken'. Deze methode is in feite een analyse van de cultuurhistorie en woningmarkt - op basis daarvan zijn een aantal scenario's opgesteld. 
'Aanvankelijk waren er vergevorderder plannen voor sloop, ondermeer in het kader van de ontwikkeling van de Westcorridor. Vanuit culturele platforms en welstand werd een zorgvuldiger aanpak gepleit. Vanuit de Wikken en wegen analyse bleken er grote lacunes op cultuurhistorisch vlak. Uiteindelijk gaat het niet om cultuurhistorie op zich, maar om de duurzaamheid van stedelijke gebieden en de betekenis van de gebieden voor de stad' Aldus Rein Geurtsen, Rein Geurtsen & Partners' (bron Aedesmagazine, nr 12, 2004).
Meer informatie: www.wijkvernieuwing.eindhoven.nl
Nieuwsbrief: Samen kijken wat waardevol is, jan 2004 (pdf-bestand)

Case Hengstdal, Nijmegen
Vanaf het begin is bij de planvorming voor Hengstdal het belang van cultuurhistorie duidelijk. De wijk kenmerkt zich door een stedenbouwkundig totaldesign, ontwikkeld in de verschillende bouwperiodes. De vooroorlogse delen, Spoorbuurt en Bomenbuurt, opgetrokken in een sobere versie van de Amsterdamse Schoolstijl zijn eenvoudig te herkennen en te benoemen. Het naoorlogse deel is een zeldzame combinatie van traditionalisme en modernisme. Het stedenbouwkundig plan is van Cornelis Pouderoyen. Zijn verkavelingsplan is op sublieme wijze geënt op de landschappelijke context, maar is gebaseerd op traditionele stedenbouwkundige principes van straten en bouwblokken. Door de cultuurhistorische waardering terug te koppelen naar de oorspronkelijke ontwerpgedachte zijn een aantal scenario's voor vernieuwing ontwikkeld. Het is belangrijk eerst de cultuurhistorische kwaliteiten te benoemen, waardoor er druk ontstaat te komen tot innovatieve oplossingen die het duurzame karakter van de wijk niet aantasten. (bron Aedesmagazine, nr 12, 2004).


Brochure
In de brochure Behoedzaam sleutelen aan het geheugen van de stad, Nieuwsbrief Belvedere, 2003 is een overzicht te lezen van verschillende methoden en werkwijzen die kunnen worden benut bij het benutten van cultuurhistorie in de stedelijke vernieuwing: onder andere de methode Wikken en wegen in waardevolle wijken, toelichting op verschillende Belvedere-projecten, kansen van de nieuwe welstandnota's, de typologie naoorlogse wijken van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
Toevoegen aan
persoonlijk dossier