| Onderzoekers: | Drs. Marnix Koopman |
| Begeleiding: | Dr. Vincent Gruis, prof. Dr. Piet Rietveld |
| Publicaties: | overzicht |
| Bijeenkomsten: | overzicht |
Centrale vraagstelling van dit onderzoek is of activiteiten van woningcorporaties ter bevordering van de leefbaarheid in buurten een gunstig effect hebben op de marktpositie van sociale huurwoningen. Marktpositie heeft hier betrekking op de marktwaarde en de populariteit van huurwoningen onder zittende bewoners of woningzoekenden. Het uitvoeren van leefbaarheidactiviteiten zal, mits succesvol verricht, de woningen en directe woonomgeving aantrekkelijker maken. In theorie draagt dit direct zorg voor een lagere verhuisgeneigdheid. Als de verbetering van de leefomstandigheden in het woongebied algemeen bekend wordt, kan dit nog tot een betere verhuurbaarheid en hogere marktwaarde voor de woningen leiden. In dit onderzoek wordt getracht om de invloed van de leefbaarheidaanpak op de woningwaarde, verhuurbaarheid en verhuisgeneigdheid te bepalen.Belangrijkste onderzoeksresultaten in 2007
Het onderzoek in 2007 heeft zich met name gericht op de invloed die van de woonomgeving uitgaat op de woningwaarde en de wijze waarop de corporatie via gebiedgericht investeren waarde kan creëren. De voornaamste conclusie luidt dat er geen specifiek waardevermeerderend of –verminderend omgevingkenmerk kan worden aangewezen. Omgevingkenmerken hangen wel met elkaar samen, maar dan op een wijze waardoor een duidelijke herkenbaar buurttype ontstaat. Zo onderscheiden we centrumbuurten met veel voorzieningen, tweeverdieners en alleenstaanden en een hoge bebouwingsdichtheid, en gezinswijken aan de rand van de stad met veel eengezinswoningen. Tegenover deze buurten met hoge woningwaarden staan concentratiebuurten, vaak bevolkt door grote, autochtone gezinnen en opeenstapeling van sociale problemen, en de eveneens problematische flatwijken aan de rand van de stad, waar woningwaarden laag zijn. De truc bij waardecreatie is om een concentratiebuurt te transformeren tot overloopgebied van het centrum (zoals ook in Schiemond het geval is) of een flatwijk tot een gezinswijk. Investeringen in kleinere gebieden zullen niet leiden niet tot waardecreatie en een kleinschaliger aanpak in een buurt werkt alleen, als hiermee een buurt minder op een concentratiebuurt of flatwijken gaat lijken dan omliggende buurten.Werkplan 2008
Op de slotconferentie van Corpovenista op 14 mei 2008 zal een panelsessie “Waarde in wijken” worden georganiseerd. Aan participerende corporaties en overige belanghebbenden zal eind 2008/begin 2009 een Nederlandstalig onderzoeksverslag met de belangrijkste uitkomsten uit het parallel aan het Corpovenista-onderzoek verlopende promotieonderzoek worden toegezonden.Belangrijkste onderzoeksresultaten in 2006
De eerste bevindingen uit de onderzoekswijken Schiemond en Beverwaard in Rotterdam, waar de laatste jaren sterk is ingezet op leefbaarheid, zijn gepresenteerd in het rapport Leefbaarheid- of imagoprobleem?. Het bleek dat de ontwikkeling van de leefbaarheid in buurten goed kan worden afgelezen van de resultaten van bewonersenquêtes. Aan de doorvertaling van enquêtescores naar de marktpositie van woningen bleken nogal wat haken en ogen te zitten. De verhuisbeweging van zittende huurders en vestigers in de buurt wordt door zeer veel factoren beïnvloed (woningkwaliteit, huishoudenkenmerken, aanbod van geschikte woningen, verstorende werking van woonruimteverdeling, enz.), zodat de omgevingskwaliteit maar een beperkte bijdrage aan de verhuurbaarheid van de woning kan leveren. Een betere leefbaarheid kan wel leiden tot een waardevermeerdering van de woningen, hoewel de relatie weer niet één op één is. Leefbaarheid is weliswaar een noodzakelijke voorwaarde tot waardevermeerdering, maar dit laatste vereist ook een redelijke aanvangskwaliteit, gunstige woningmarktontwikkelingen en een goed imago van de buurt. Vooral aan het laatste ontbreekt het Beverwaard, waardoor de leefbaarheidaanpak niet vertaald kon worden naar hogere woningwaarden. In Schiemond verliep de verbetering van de leefbaarheid gelijktijdig met een verbetering van het imago, mede als gevolg van geslaagd imagomanagement door Woonbron. Daardoor kwam een waardestijging van woningen hier wel tot stand.
Belangrijkste resultaten 2005
In 2005 is het onderzoek gestart met het neerleggen van een theoretisch kader, het opzetten van de dataverzameling bij één van de deelnemende corporaties (Woonbron) en een verkennende studie van twee wijken (Schiemond en de Beverwaard in Rotterdam). Uit enkele kwantitatieve analyses is gebleken is dat de woningwaarden sterk verschillen tussen de verschillende buurten, waar de waardeverschillen binnen elke afzonderlijke buurt gering zijn. De populariteit van huurwoningen, gemeten aan de reactie- of weigeringgraad, verschilt daarentegen nauwelijks tussen de buurten, maar vertoont weer grote verschillen binnen de buurt. Opvallend genoeg bleek hier dat de buurtdelen die slecht bekend staan juist over een hogere populariteit te beschikken. De voorzichtige conclusie die hieraan verbonden mag worden, is dat de woningwaarde wordt beïnvloed door statusverschillen tussen de buurten, terwijl verschillen in de verhuurbaarheid van de woning en de verhuisbeweging onder zittende huurders voortvloeien uit verschillende leefomstandigheden per straat of complex. Belangrijkste resultaten vooronderzoek 2003/2004
Dit onderzoek is in 2005 gestart.
Publicaties
Rapporten
- Koopman, M.J., 2006, Leefbaarheid- of imagoprobleem? De gevolgen op de woningmarkt van de sociale vernieuwing in Schiemond en De Beverwaard. Gouda: Habiforum.
- “De leefbaarheid en het imago van buurten”, Tijdschrift voor de Volkshuivesting, ferbruari 2007, no.1, pag. 27-33.
- “De reputatie van de wijk”, Aedes-magazine no. 24 2007, pag. 68-71.
- Koopman, M., 2007, De leefbaarheid en het imago van buurten, in Tijdschrift voor de Volkshuisvesting, jaargang 13, februari 2007, nr 1, blz 27-32
Bijeenkomsten
Congressen
- Midtermconferentie Corpovenista in de Meervaart te Amsterdam, mei 2006.
- Studiedag directeuren Staedion in Bilderberg Europa hotel te Scheveningen, september 2006.
- Presentatie en panelbijeenkomst Studiedag Rentree wonen, 3 juli 2007, Deventer. Expertmeeting ‘sociale domein
