| Auteur(s) | Schakenbos, A. |
| Datum uitgifte | juli 2010 |
| Bron | Woonstad Rotterdam |
Woningcorporaties zitten in de verdomhoek. Gretig schilderen politici, journalisten en andere opiniemakers corporaties steeds weer af als onbetrouwbare bureaucratische organisaties, die inefficiënt geleid worden door inhalige machtswellustelingen.
Het herhalen van steeds dezelfde karikaturale typeringen houdt het negatieve beeld van de corporatiesector hardnekkig in stand. Een beeld dat met de werkelijkheid weinig te maken heeft en dat zelfs schadelijk is voor de woningmarkt. Want woningcorporaties zijn van levensbelang voor de regio, het dorp of de stad waarin zij actief zijn.
Woningcorporaties zijn onmisbaar als investeringsmotor. Als een van de weinige partijen blijven zij investeren in nieuwe woningen, in de wijken en in sociale projecten. Ook tegen de wind van de kredietcrisis in. Daarbij verkopen woningcorporaties op grote schaal woningen op maatschappelijk verantwoorde wijze, om de opbrengsten onmiddellijk ten gunste te laten komen aan de zwakste plekken, zoals aan een van de veertig Vogelaarwijken.
Natuurlijk, er zijn misstanden geweest. Maar die enkele rotte appels zeggen niet dat de hele appelboom rot is. Incidenten moeten keihard aangepakt worden. Want door die rotte appels kunnen corporaties momenteel hun verhaal niet eens meer doen.
Ook in het Financieele Dagblad is er weinig oog voor de centrale rol van corporaties in zwakke stadswijken of krimpgebieden. Terwijl wel podium wordt geboden aan ridicule voorstellen, zoals het verkopen van het volledige corporatiebezit aan beleggers, om zo het gat in de begroting te dichten ('Kortwiek geldmacht van corporaties', FD 17 juni 2010).
Sigarendoosberekeningen dat ons land € 100 miljard kan ophalen door 2,4 miljoen woningen gedwongen te verkopen, zijn van het niveau dat we ook gewoon een provincie kunnen kapitaliseren en verkopen aan Duitsland of België. Of al ons militair materieel, militairen incluis, aan de hoogste bieder overdoen. En bovendien: welke belegger wil met negatief rendement investeren in Vogelaarwijken, zoals corporaties massaal doen?
In Rotterdam hebben de woningcorporaties en de gemeente een goede werkrelatie opgebouwd. Het onderlinge vertrouwen is groot. Zo is Woonstad Rotterdam, met een bezit van ruim 50.000 woningen in de stad, in de afgelopen drie jaar alle prestatieafspraken nagekomen. Dus ook in crisistijd. Jaarlijks heeft de corporatie zo'n € 200 miljoen in de stad geïnvesteerd.
Tientallen miljoenen daarvan zijn direct uit de verkoop van woningen terug de stad ingegaan. Dat geld is geïnvesteerd in kindvriendelijke wijken, in de aankoop en verbetering van verwaarloosde panden, het opknappen van binnenterreinen, in duurzaamheid en uiteraard in de bouw van betaalbare huur- en koopwoningen.
Alleen corporaties investeren momenteel in de wijken met een negatief financieel rendement, niet zelden met een verlies van rond de 25%. Dat doen ze vanuit hun passie voor de wijken en voor het woongenot van hun huurders en kopers. En met een groot maatschappelijk effect.
Om een voorbeeld te noemen. De ruim € 100 miljoen die Woonstad Rotterdam in de wijken Spangen en Katendrecht heeft geïnvesteerd, zijn dermate duidelijk terug te zien in de veiligheid, sociale stijging en leefbaarheid, dat de zure toon over corporaties toch echt moet verdwijnen.
De woningmarkt en de rol van corporaties daarin moeten en gaan veranderen. Laten we ons bij de te maken keuzes baseren op de prestaties van corporaties en niet op onjuiste beeldvorming.
Arjan Schakenbos,
bestuursvoorzitter van Woonstad Rotterdam, Rotterdam