Kennisbank > Opinie > Opinie details

Ruimte voor bewoners

Auteur(s) Cornips, J. en M. Rouw
Datum uitgifte  juni 2010
Bron Partners+Pröpper

Sinds enkele jaren voltrekt zich binnen veel gemeenten een ontwikkeling naar een gebiedsgerichte aanpak voor oplossen van leefbaarheidvraagstukken. Gebiedsgericht werken vraagt een denkomslag bij gemeenten en samenwerkingspartners zoals woningcorporaties. Zij moeten bereid zijn meer ruimte te geven aan bewoners. Vanuit democratisch oogpunt betekent dit ook een andere opstelling van onze lokale gekozen volksvertegenwoordigers. Ruimte geven is namelijk iets anders dan vanaf de zijlijn toekijken.

Gebiedsgericht werken  kenmerkt zich door een vraaggerichte en integrale aanpak van sociale, fysieke (en economische) aspecten door middel van samenwerking tussen de gemeente, woningcorporaties, bewoners(organisaties) en maatschappelijke instellingen binnen een afgebakend gebied (bijvoorbeeld een dorp, wijk of buurt).

Verschillende gemeenten, zoals Hoogeveen, werken inmiddels met wijk- en dorpsbudgetten, waarbij bewoners zelf een keuze kunnen maken over de besteding ervan. Op deze wijze kunnen bewoners zelf plannen bedenken voor en keuzes maken over hun eigen leefomgeving: worden middelen besteed aan onderhoud van de fysieke ruimte, groenvoorziening of toch liever aan wijkvoorzieningen, zoals het opknappen van een buurt- of dorpshuis?

Ook kunnen bewoners ondersteunend zijn aan uitvoerende organisaties of gemeentelijke instellingen. Zo gaat de gemeente Maastricht na de zomer van start met een experiment waarbij bewoners van verschillende wijken de politie gaat helpen met het aanpakken van overlast en misdrijven. In Engeland heeft deze aanpak tot succesvolle resultaten geleid, zoals het terugdringen van criminaliteitscijfers en een groter vertrouwen in de politie.

Een gebiedsgerichte aanpak kan tot goede resultaten leiden, zowel op het collectieve niveau (het leefgebied of ‘de gemeenschap’ als geheel) als het niveau van de individuele bewoners. Resultaten zoals het aanpakken van achterstallig onderhoud van ‘grijs en groen’ en het plaatsen van (speel)voorzieningen of straatverlichting zijn tastbaar en zichtbaar voor iedereen. Daarnaast kan gebiedsgericht werken bijdragen aan het opbouwen van sociale cohesie of mensen uit hun isolement halen.

Toch zijn resultaten van wijkgericht werken niet altijd even zichtbaar of tastbaar. Natuurlijk, het aanpakken van achterstallig onderhoud of het plaatsen van speelvoorzieningen is zichtbaar, maar wat zeggen deze resultaten over het succes van een project? Nog lastiger is het om abstracte resultaten als ‘sociale cohesie’ te vangen in meetbare indicatoren. Wanneer is er meer sociale cohesie in een wijk: als mensen elkaar meer begroeten, meer bij elkaar over de vloer gaan of meer actief zijn in bijvoorbeeld wijkraden of andere overlegplatforms? Hoeveel mensen moeten er meer actief zijn om van een succes te spreken? Kortom: niet alle successen van de het wijkgericht werken laten zich uitdrukken in ‘botte cijfers’.
 
Dit is ook meteen een mogelijk risico voor de doorontwikkeling van het wijkgericht werken in de nabije toekomst. Gemeenten en woningcorporaties staan immers voor een grote bezuinigingsopgave en zullen nog meer resultaatgericht gaan willen sturen. Dat wil zeggen: meer evalueerbare en resultaatgerichte doelen en een strakke controle op basis van cijfers. Een dergelijke beheersingsgerichte strategie sluit echter niet één op één aan met de praktijk van het gebiedsgericht werken. Wijkgericht werken veronderstelt namelijk dat gemeentebesturen (maar ook besturen van woningbouwcorporaties) ruimte geven aan bewoners, welzijnsinstellingen en uitvoerders. Bewoners en instellingen moeten ruimte hebben om initiatieven te ontplooien en uit te voeren. Ruimte geven betekent niet alleen vertrouwen geven aan bewoners om zaken zelf op te pakken, maar ook hun meer verantwoordelijkheid te geven over hun eigen leefomgeving. Bewoners kunnen bijvoorbeeld ook zelf verantwoordelijkheid nemen voor een meer schone of veilige woonomgeving.

Ruimte moet er ook zijn voor de uitvoerders van de gemeente en woningbouwcorporaties. Zij moeten erop aan kunnen dat zij niet binnen de eigen organisaties tegen muren oplopen om zaken die door bewoners worden aangedragen voor elkaar te krijgen. Niet de bureaucratische besluitvormingsstructuren binnen de eigen organisaties, maar de inbreng van bewoners moet immers leidend zijn voor een succesvolle wijkaanpak.

Gemeenten zouden er daarom goed aan doen om niet te korten op wijkbudgetten en andere middelen die worden ingezet voor het wijkgericht werken. Wijkbudgetten bieden immers ruimte aan bewoners om zelf initiatieven te ontplooien. Dat betekent echter niet dat de politieke besluitvormers zomaar een zak geld beschikbaar stellen zonder zicht te willen hebben op de resultaten. Maar om echt zicht te krijgen op resultaten moeten raadsleden niet blind vertrouwen op cijfers en andere bestuurlijke informatie. Wijkgericht werken draait om mensen, niet om cijfers. Dat betekent dat raadsleden nog meer hun ‘thermometer in de wijk moeten steken’ en direct het contact moeten zoeken met de mensen in de wijk, bijvoorbeeld door het organiseren van wijkschouwen, het houden van (openbare) commissievergaderingen op locatie in de wijk of het bijwonen van wijkbijeenkomsten.

Gemeenteraden worden zo meer zichtbaar en aanspreekbaar voor bewoners. Vanuit hun volksvertegenwoordigende rol kunnen raadsleden zo invulling geven aan hun controlerende taak en zicht houden op de resultaten waar de wijkbudgetten toe leiden. Zij zullen zien dat het vertrouwen dat zij geven aan bewoners zich dubbel en dwars terugbetaalt.    

Dr. Juul Cornips en drs. Mark Rouw,
werkzaam bij Partners+Pröpper, denkers en doeners voor de publieke zaak.

Meer informatie over gebiedsgericht werken en burgerparticipatie vindt op www.partnersenpropper.nl.



Reacties
» Reactie plaatsen

Toevoegen aan
persoonlijk dossier
Relevant
Vraag en antwoord: Welke vormen en voorbeelden zijn er bekend van wijk- of bewonersbudgetten?

Gerelateerde dossiers
Rol overheid
Rol corporaties
Participatie en communicatie
Voorbij de crisis
Financiering