| V68 | |
| Soort uitgave | verslag, 14 pag. |
| Auteur(s) | KEI |
| Uitgever | KEI, Rotterdam |
| Datum uitgifte | mrt 2010 |
Download / Bestellen:
Verslag KEI atelier Analyse & opgave (pdf-bestand)
Omschrijving
Veel van wat in de stedelijke vernieuwing misgaat, heeft te maken met fouten aan de basis: de analyse van de uitgangssituatie van de wijk en de geformuleerde opgave om de gesignaleerde problemen op te lossen. KEI besloot naar aanleiding van deze constatering om een Atelier te wijden aan het thema Analyse & opgave. Hoe kunnen we in wijken komen tot een betere analyse, en welke manieren zijn er om bij het formuleren van de opgave scherpere en preciezere keuzes te maken, zodanig dat de opgave niet overal hetzelfde wordt gedefinieerd maar is toegesneden op de specifieke problemen en kansen in een wijk?
Dat er in de analyse veel misgaat, wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat beleidsmakers en professionals een wijk (vaak onbewust) uitsluitend door hun eigen bril bekijken. Zo streven ze haast per definitie naar vernieuwing, terwijl de bewoners dat misschien helemaal niet willen. Ook wordt er heel snel gestreefd naar samenwerking en worden oplossingen bedacht die sterk aansluiten bij wat men gewend is. Professionals vragen te weinig door en analyseren onderzoeksmateriaal te weinig om te achterhalen wat er nu echt aan de hand is in de wijk. Als ze dat zouden doen, zouden ze er wel eens achter kunnen komen dat de wijk zoals ze door de bewoners wordt geleefd heel anders is dan de wijk zoals ze door de professionals is gepland. Nu professionals dit verschil tussen de geplande en geleefde stad niet zien, bedenken ze vaak oplossingen die niet aansluiten op wat bewoners willen of nodig hebben, en er daardoor nauwelijks toe doen.
Om te komen tot een betere analyse en opgave is het belangrijk om een juiste mix te vinden tussen aan de ene kant (objectieve) informatie uit statistisch onderzoek en anderzijds (subjectieve) informatie uit participerend onderzoek onder bewoners. Een te eenzijdige focus op een van de twee biedt onvoldoende basis voor een goede analyse en opgave. In statistisch onderzoek worden de uitkomsten soms sterk beïnvloed door de willekeurige grenzen van het onderzoeksgebied. Ook gaat in dit type onderzoek de diversiteit in een wijk per definitie verloren. Aan participerend onderzoek kleven echter ook bezwaren. Bewoners baseren hun wensen op wat ze zelf kennen en formuleren van daaruit wat ze willen. Daar komt bij dat het de bewoners van nu zijn waarmee wordt gepraat, terwijl veel interventies in een wijk zijn gericht op de bewoners van morgen en overmorgen. Tegelijkertijd levert onderzoek als de Atlas Westelijke Tuinsteden meer op dan alleen wat mensen willen. Het is daarom zaak verschil aan te brengen tussen het onderzoek naar wat men zou willen. en naar wat er aan de hand is. Het is al met al zinvol om bij de analyse van een wijk met tal van creatieve processen de ideeën en wensen van bewoners en andere partijen in de wijk te achterhalen, al is het alleen maar omdat dit draagvlak oplevert voor de aanpak. Professionals en beleidsmakers ontkomen er echter niet aan de op deze manier achterhaalde informatie te duiden. Een te sterk op bewoners gerichte aanpak leidt tot kleinschaligheid en maatwerk en daar kunnen bestuurders bij miljoenenbesluiten moeilijk mee uit de voeten.
Er werd tijdens het Atelier ook stilgestaan bij de relatie tussen analyse en opgave. Tussen de twee bestaat een wisselwerking. De uitvoering van de opgave kan aanleiding zijn de analyse bij te stellen. Sommige deelnemers pleitten in dit verband voor een aanpak van trial and error: interventies plegen in een wijk, kijken hoe ze uitpakken en snel een andere richting durven uitgaan als de interventies niet het beoogde doel hebben. Dit maakt duidelijk dat intuïtie bepaald geen kleine rol speelt bij het maken van keuzes en nemen van investeringsbeslissingen in de wijkaanpak. Daarbij moet echter wel een zo groot mogelijke scherpte en precisie worden nagestreefd. Misschien is het daarvoor al genoeg dat professionals zich bewust zijn van het feit dat ze de analyse en opgave sterk door de eigen bril bepalen, dat ze zich dus realiseren dat hun eigen oplossingen misschien niet de problemen oplossen die door de bewoners als de grootste worden ervaren. Of die vanuit de specifieke karakteristieken van het gebied op termijn het meest duurzaam zijn. Meer oog hebben voor alternatieve referentiekaders is dus het devies, en veel meer aandacht besteden aan het goed duiden van de veelheid aan informatie uit kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Dat vraagt niet zozeer om de tegenwoordig luid toegejuichte lef, durf en leiderschap, maar om zorgvuldigheid en een terugkeer naar degelijkheid.