Procesfase Uitvoering
Betrokken partijen
Gemeente Amsterdam
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Woonstichting De Key
De Alliantie
Rochdale
De Amsterdamse buurt Jeruzalem is de eerste naoorlogse wijk in Nederland met de status van rijksmonument. Na tien jaar discussie tussen gemeente, corporaties en bewoners over renovatie of sloop-nieuwbouw in de buurt is de vernieuwing in februari 2010 officieel van start gegaan. Aan de basis ligt het stedenbouwkundig plan waarvoor de partijen een klein jaar eerder de handen op elkaar kregen. Uitkomst: deels renovatie, deels sloop-nieuwbouw.
Lees in deze wijkbeschrijving meer over:
- De wijk Jeruzalem in tuindorp Frankendael
- Opgave en doelstelling van de vernieuwing
- De gekozen aanpak
- De financiering
- De leerpunten en resultaten
Karakterschets Jeruzalem en tuindorp Frankendael
Jeruzalem, een buurt met ruim 760 duplexwoningen, maakt onderdeel uit van tuindorp Frankendael in het Amsterdamse stadsdeel Oost-Watergraafsmeer.
Per mei 2010 gaat Oost-Watergraafsmeer met Zeeburg op in het grotere stadsdeel Amsterdam Oost, waar negen wijken onderdeel van uitmaken, waaronder de Indische Buurt en Transvaalbuurt (als onderdeel van de nationale 40 wijkenaanpak).

De duplexwoningen van Jeruzalem bevinden zich in het groen gearceerde gebied.
Jeruzalem is als een van de eerste naoorlogse uitwerkingen van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) begin jaren vijftig tot stand gekomen. De buurt is met name uit cultuurhistorisch oogpunt interessant. Zo was de toegepaste hovenverkaveling in die tijd het nieuwste op het gebied van stedenbouw. Het was een alternatief voor de als star en mechanisch ervaren strokenverkavelingen. Later is het principe toegepast in de Westelijke Tuinsteden. Het ‘kleine’ Jeruzalem is daarmee de bakermat geworden voor de ‘grote’ stedenbouwkundige ontwikkeling van Amsterdam.
Jeruzalem
De buurt heeft de naam Jeruzalem gekregen omdat de bewoners in de witte huizen met platte daken de architectuur uit de Israëlische hoofdstad herkenden. De duplexwoningen, eengezinshuizen die zijn gesplitst in aparte boven- en benedenwoningen, zijn klein. De gemiddelde oppervlakte varieert van 30m2 voor een tweekamerwoning tot bijna 40m2 voor een driekamerwoning. Verder zijn de woningen kwalitatief slecht en gehorig.
|
Duplexwoning: een noodmaatregel die permanent werd “Van Eesteren heeft hiervoor het stedenbouwkundig plan gemaakt en ze zijn ontworpen door Merkelbach en Karsten. Mien Ruys en Aldo van Eyck zorgden voor respectievelijk de tuinaanleg en de speelplaatsen. Jeruzalem is écht een parel in de ketting van de ontwikkelingsgeschiedenis van de volkswoningbouw in Amsterdam.”
De duplexwoning is oorspronkelijk ingezet als noodmaatregel. Gestimuleerd door het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting en een groep toonaangevende architecten moest de bouw van dit type woning voorkomen dat de woningnood tot verlaging van de minimumafmetingen van eengezinswoningen zou leiden. Beter tijdelijk kleinere woningen, dan op termijn opgezadeld te zitten met een woningbestand zonder toekomstwaarde was de gedachte. Maar het ongedaan maken van de opdeling gebeurde in Nederland slechts op zeer kleine schaal, zo ook in Jeruzalem dat proeftuin was voor deze tijdelijke woningen. Uiteindelijk zijn er in Amsterdam 3.370 stuks gebouwd. |
Tuindorp Frankendael
Tuindorp Frankendael kent in totaal circa 1.400 woningen, is ruim opgezet en rijkelijk voorzien van groen. Deels bestaat deze wijk uit losstaande vooroorlogse woonhuizen, maar het grootste deel is direct na de oorlog gebouwd.
Het gaat om:
- twee-onder-een-kapwoonhuizen
- portieketagewoningen
- duplexwoningen (Jeruzalem)
De portieketagewoningen bestaan uit acht blokken en contrasteren met hun ‘zware’ baksteenbouw sterk met de witte laagbouw van Jeruzalem.
Uit dezelfde bouwtijd stamt verder een winkel- en bedrijvenblokje met bovenwoningen, tweee blokjes dubbele woonhuizen, de door de gemeente ontwikkelde kleuterschool (H-school), de typische jaren vijftig kerk en het moderne naar Willem Drees vernoemde bejaardentehuis. Vanaf de jaren zestig zijn er onder andere nog een buurtcentrum en een tweede bejaardentehuis bijgekomen.
Bevolking
Frankendaal telt ongeveer 2.500 inwoners en is sterk vergrijsd. Bijna 40% van de bevolking is ouder dan 60 jaar. Bijna een op de drie inwoners is ouder dan 70 jaar. Dit wordt mede veroorzaakt door de aanwezigheid van twee verzorgingstehuizen en de aanwezigheid van de voorraad kleine woningen.
Het gemiddeld inkomen in Frankendaal is relatief laag, door het naar verhouding groot deel bejaarde bewoners en veel kleine woningen. Van de buurtbevolking is 23% allochtoon. De laatste jaren is er sprake van een verjonging door instroom van starters in de duplexwoningen.
Tot eind jaren negentig is ruim 70% van de woningvoorraad van Frankendaal nooit aangepakt. De corporaties De Key, Rochdale (voorheen Patrimonium) en de Alliantie (voorheen De Dageraad) hebben 70% van de woningvoorraad in bezit en ruim 15% van de woningen worden verhuurd door particuliere eigenaren. Het eigen woningbezit is 10%.
Opgave
De verschillen in levensstijl van ouderen en jongeren in de kwalitatief slechte en gehorige kleine duplexwoningen leidt tot overlastproblemen. Een ander probleem is inbraak. Dit vindt met name in Jeruzalem plaats (vergeleken met de rest van het stadsdeel) omdat tuinen van de begane grondwoningen gemakkelijk toegankelijk zijn.
Wat de opgave in Jeruzalem complex maakt, is dat de duplexwoningen enerzijds door hun bijdrage aan de problematiek (gehorig, klein en slechte kwaliteit) vragen om sloop, terwijl ze anderzijds vanuit cultuurhistorisch waardevolle achtergrond roepen om bescherming en behoud.
Doelstelling
Stadsdeel Oost/Watergraafsmeer en de corporaties willen de leefkwaliteit van Jeruzalem verbeteren en behouden. Jeruzalem moet volgens de partijen een buurt worden waar mensen graag wonen, werken en verblijven; een buurt die ruimte en mogelijkheden biedt aan een gevarieerde bevolking.
Aanpak
In de afgelopen decennia zijn er verschillende plannen voor de vernieuwing van Jeruzalem de revue gepasseerd. Uiteindelijk is in 2009 een stedenbouwkundig plan vastgesteld, dat de basis vormt voor de vernieuwing. Dit definitieve plan is door alle belanghebbenden goedgekeurd.
Lees in dit hoofdstuk meer over:
- de aanloop naar het stedenbouwkundig plan uit 2009
- de cultuurhistorische effectrapportage
- de nominatie en benoeming van de wijk tot rijksmonument
- het stedenbouwkundig plan uit 2009
- de start van de vernieuwing
1997-2000: Van structuurschets naar bewonersprotest
In de Structuurschets Watergraafsmeer van 1997 is Jeruzalem door het toenmalig stadsdeel als herstructureringsgebied aangewezen. Door het compactestadbeleid ingegeven, werd in de nota ingezet op intensivering op basis van vervangende nieuwbouw en/of verdichting.
Mede op basis van de structuurschets heeft het stadsdeel met de drie corporaties in 1999 een gebiedsanalyse van Jeruzalem uitgevoerd. Vervolgens hebben de corporaties in 2000 een gezamenlijke notitie geschreven waarin zij hun visie op de toekomst van de woningvoorraad en de gevolgen voor de buurt presenteren. Conclusie: een gezamenlijke uitwerking van een sloop/nieuwbouw-scenario in een gefaseerde aanpak biedt het meeste perspectief voor de buurt op langere termijn.
Bewonersprotest
De bewoners werden middels een brief van de sloopplannen op de hoogte gebracht. Het gevolg was dat het voornemen door een groot aantal bewoners niet met open armen werd ontvangen. Veel bewoners zagen het nut niet in van sloop. Ze zeiden er naar tevredenheid te wonen, in de volgens hen aantrekkelijke, groene wijk.
Verontwaardigde bewoners kozen voor ‘georganiseerd verzet’ en verenigden zich in ‘Behoud Jeruzalem’. Deze groep wijst op de bijzondere, monumentale status van het tuindorp met haar hoven, de rust en het groen en de sociale cohesie.
Uiteindelijk hebben de protesten geleid tot heftige debatten, ook in de stadsdeelraad. Met als resultaat dat het stadsdeelbestuur de sloopvoornemens afwees. De corporaties waren terug bij af.
In het najaar van 2000 hebben de corporaties besloten te investeren in professionele bemiddeling, om de gespannen verhouding met de bewoners te verzachten en het gesprek weer op gang te brengen.


2000-2007: Van cultuurhistorische effectrapportage tot status rijksmonument
Nieuwe opzet organisatie (2000)
Na een periode van professionele bemiddeling tussen de drie corporaties, het stadsdeel, de bewonerscommissies en actiegroep ‘Jeruzalem Blijft’ is een nieuw overlegcircuit ontstaan. Onder leiding van Bureau De Lijn (in 2008 opgegaan in Inbo) is gezocht naar een basis voor een gezamenlijke afweging.
Aan het ontstane overlegcircuit - Breed Maatschappelijk Overleg (BMO) genaamd - nemen deel:
- de bewonerscommissies van de Alliantie, Rochdale en de Key
- Jeruzalem Blijft
- Buurtbeheer Jeruzalem
- Ondernemersbelang Jeruzalem
- de Wijkpost voor Ouderen
- de OuderenAdviesRaad
- het Willem Dreeshuis en
- zorgcentrum Tabitha
Het BMO adviseert het stadsdeel en corporaties, die sinds de zomer van 2001 samen de Stuurgroep Vernieuwing Jeruzalem vormen. Deze stuurgroep is verantwoordelijk voor de herstructurering.
Cultuurhistorische Effectrapportage (2001)
De weerstand van bewoners, en het achterliggende belang om de buurt met de gewaardeerde opbouw te behouden, hebben het stadsdeel en de corporaties bewust gemaakt van de aanwezigheid en waardering van cultuurhistorische waarden in Frankendael en in het bijzonder in Jeruzalem.
Het stadsdeel en de corporaties hebben daarop besloten onderzoek te laten doen naar de cultuurhistorische waarden in de buurt. Aan de hand van dit onderzoek, de Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER), wilden deze partijen een gedegen en zorgvuldige afweging kunnen maken. Een afweging die de inhoud van de daaropvolgende plannen bepaalt.
|
Wat is een CHER? In gezamenlijk overleg kunnen de betrokken partijen gedurende de planontwikkelingen weloverwogen beslissingen nemen over de integratie van deze waarden en kan het gebied haar historisch gegroeide en specifieke identiteit in de toekomst continueren en versterken. Lees meer over welke rol cultuurhistorie kan spelen bij vernieuwing van wijken... |
Voor Frankendael heeft Bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam (BMA) het onderzoek uitgevoerd. Uit de CHER, die in september 2001 is afgerond, blijkt dat de cultuurhistorische betekenis van Tuindorp Frankendael groot is en schuilt in het samengaan van een bijzondere stedenbouwkundige ontwikkeling, een zorgvuldige groenaanleg en interessante volkshuisvestelijke en architectonische aspecten.
De cultuurhistorische waarde wordt mede bepaald door de lange geschiedenis van de planontwikkeling in de jaren ’40 van de vorige eeuw. Keer op keer werd het bebouwingsplan aangepast aan de nieuwste inzichten. Het uiteindelijke resultaat was het ontwerp van een hovenverkaveling voor eengezinswoningen.
Gezamenlijke toekomstvisie (2002)
In maart 2002 is het eerste gezamenlijke plan gepresenteerd: de toekomstvisie. In de visie is vastgelegd dat 50% van de bestaande woningen behouden worden. Verder is vastgesteld dat alle bewoners mogen terugkeren in de wijk, de ruime, groene opzet van de wijk behouden blijft en dat de opbrengsten van de vernieuwing de kosten moeten dekken. In oktober 2002 heeft de stadsdeelraad de toekomstvisie vastgesteld.
Masterplan (2003-2005)
De stuurgroep heeft vervolgens na een selectieronde in 2003 Atelier Quadrat de opdracht gegeven om de visie voor de toekomst van Jeruzalem verder uit te werken tot een masterplan. In het concept-masterplan van juli 2004 werd echter het gemeentelijke uitgangspunt, namelijk het behoud van de omvang sociale huurwoningen, niet volledig gehaald. Om toch aan deze omvang te komen en tegelijkertijd de kosten niet te hoog op te laten lopen, was inpassing van extra (koop)woningen noodzakelijk.
Het masterplan bleek geen lang leven beschoren. Twee weken voordat het plan voor inspraak vrijgegeven zou worden, gaven de corporaties in december 2004 aan niet door te willen en kunnen gaan met het masterplan. Het verwachte tekort was opgelopen tot € 23 miljoen, een toename van € 12 miljoen ten opzichte van het eerste concept. Ook het stadsdeel zag zich genoodzaakt om de inzet voor realisering van dit masterplan stop te zetten. Het stadsdeel kon het tekort niet financieren en het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam en de wethouder waren niet bereid financieel bij te springen.
De corporatiedirecties van De Key, de Alliantie en Rochdale hebben in november 2005 definitief besloten om de onderlinge samenwerking voor het masterplan stop te zetten. Doordat de corporaties de onderlinge samenwerking ophieven, was het masterplan niet meer te realiseren.
Aanvraag benoeming tot rijksmonument (2004)
Het Cuypersgenootschap, dat zich inzet voor het behoud van bouwkundig erfgoed uit de negentiende en twintigste eeuw, heeft samen met het stadsdeel en de corporaties begin 2004 een aanvraag ingediend voor benoeming tot rijksmonument van alle duplexwoningen, het winkelcentrum en een school.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg (sinds 2009: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) heeft deze aanvraag ontvankelijk verklaard, zodat de duplexwoningen, de school en het kleine winkelcentrum wettelijk voorbescherming genieten. Dat betekent dat deze bouwwerken gedurende de aanwijzingsprocedure formeel beschouwd dienen te worden als rijksmonument.
BMA heeft in de CHER aangegeven dat tuindorp Frankendael een interessante leerschool zou kunnen zijn voor het behoud van naoorlogse wijken die cultuurhistorisch van belang zijn. Het gemeentelijke bureau ziet de massawoningbouw als een totaal nieuwe opgave voor de monumentenzorg. De vroeg naoorlogse woonwijken vormen door hun omvang en door hun vaak experimentele bouwwijze een heel andere opgave, dan de woningbouw uit de periode tot aan 1940, waarmee wel enige ervaring is opgedaan.
Volgens BMA zouden de duplexwoningen qua woningtype een unieke mogelijkheid bieden tot transformatie. Na het ‘ontduplexen’ ontstaat een grondgebonden woning met een vloeroppervlak dat ook naar huidige maatstaven acceptabel is. Op die manier zou Frankendael in de nabije toekomst nogmaals een avant-garderol kunnen vervullen, door aan te tonen dat door het samenvoegen of ‘ontduplexen’ inderdaad bruikbare eengezinswoningen ontstaan.
Rochdale komt met eigen masterplan (2006)
Na het stuklopen van de samenwerking voor het masterplan ging Rochdale in 2006 alleen verder en liet een geheel nieuw masterplan opstellen. In het plan zou Jeruzalem grotendeels gesloopt worden en de inrichting van de openbare ruimte ingrijpend gewijzigd.
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel stemde daarmee in, onder de voorwaarde dat Rochdale in het plan de zorg voor de bewoners wat betreft tijdelijke huisvesting, terugkeerregelingen en aanvangshuren vastlegt. Verder wilde het dagelijks bestuur dat Rochdale een stedenbouwkundig plan zou maken waarin het 'gezicht' van Jeruzalem vorm krijgt.
De sloopplannen stuitten opnieuw op stevig verzet van een groep bewoners en bij de mensen van monumentenzorg. BMA en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben over dit plan negatief geadviseerd.
Rijksbescherming voor Jeruzalem (2007)
In oktober 2007 is Jeruzalem door toenmalig minister Plasterk in de lijst van 100 Topmonumenten uit de periode 1940-1958 opgenomen. Op grond van dit besluit en een interventie van toenmalig wethouder Herrema van de centrale stad is besloten (een voorstel voor) een nieuw stedenbouwkundig plan op te stellen in nauwe samenwerking tussen de verschillende partijen.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en BMA namen ook deel aan dit proces en hebben uitgesproken dat de aanwijzing van onderdelen van Jeruzalem mede afhankelijk zou zijn van de uitkomsten van dit proces. Er lag immers een niet gespecificeerd voornemen van de minister om (delen van) Jeruzalem aan te wijzen in het kader van de Top 100 1940-1958.
In 2008 en 2009 heeft nader onderzoek naar de technische haalbaarheid van de restauratie van hofbebouwing en de stedenbouwkundige varianten een beter plan opgeleverd. In het verdere proces zijn de aanwijzing en behoud van de zes hoven, met de bijbehorende groenstructuur en de voormalige school voorwaarden voor de verdere uitwerking en uitvoering geworden.
De rijksbescherming omvat de zes noordwestelijk gelegen bouwblokken (L-vormig), de bijbehorende groene (binnen)hoven, de omliggende groenstructuur en de school met een dubbele H-vorm.
Blauwe arcering: monumentstatus voor deze zes woonhoven en de school
Rode blokken buiten blauwe arcering: geen monumentstatus voor deze zes woonhoven
Met deze aanwijzing is duidelijk geworden dat een aantal andere objecten uit de aanvraag van het Cuypersgenootschap uit 2004 geen rijksbescherming hebben gekregen.
Het gaat om de volgende objecten:
- het winkelblok met expeditiehof en bovenwoningen aan het Ingenhouszhof
- de zes andere woonhoven aan Oudemanshof, Korteweghof, Stieltjesstraat, Ferrarisstraat, Fibigerstraat en De Sitterstraat
In de besluitmotivering van de aanwijzing staat daarover het volgende:
"Het winkelblok met expeditiehof en bovenwoningen aan het Ingenhouszhof, ontworpen door H. Salomonson en uitgevoerd in de jaren 1950-1951, heeft weliswaar typologische betekenis, maar vertegenwoordigt onvoldoende architectuur- en cultuurhistorisch belang en onvoldoende stedenbouwkundige waarden om aanwijzing te rechtvaardigen. Het hof heeft - anders dan de woningen en de school - geen experimenteel karakter, is geen hoogtepunt in het oeuvre van Hein Salomonson en is noch qua stijl noch qua cultuurhistorie van bijzondere betekenis."
"De woonbebouwing aan de Oudemanshof, Korteweghof, Stieltjesstraat en Ferrarisstraat heeft een minder hoge monumentale waarde dan de bebouwing die wordt aangewezen en zijn varianten op de hovenstructuur als gevolg van hogere bebouwingseisen of onvolledige hofstructuren, die wat ensemblewaarde en stedenbouwkundige waarde betreft minder hoog scoren dan de ‘’volledige’ woonhoven, gelegen ten noordwesten van de Van ’t Hofflaan. De twee hoven aan de Fibigerstraat en De Sitterstraat vertonen door het tussenliggende Willem Dreeshuis geen directe ruimtelijke samenhang met de eerder genoemde zes hoven."
Meer informatie over de aanwijzing:
- KEI-nieuws: Amsterdamse naoorlogse wijk wordt rijksmonument, 15 okt 2007
- Besluitmotivering van de aanwijzing (Word-document)
Vanaf 2009: Nieuwe start met stedenbouwkundig plan
Stedenbouwkundig plan (2009)
Na de plaatsing van Jeruzalem op de lijst van 100 topmonumenten zijn in juni 2008 uitgangspunten vastgesteld voor een nieuw stedenbouwkundig plan. Een jaar later, in juni 2009, kwamen de partijen na tien jaar onderhandelen over de vernieuwing van Jeruzalem tot overeenstemming over de aanpak. Na intensief overleg tussen de bewoners, woningcorporaties De Key en Rochdale, het stadsdeel, Bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ligt er een stedenbouwkundig plan. Het plan houdt rekening met de monumentstatus: beschermde delen worden vernieuwd en andere delen worden deels gesloopt.

Het streven is de woningen in Jeruzalem duurzamer en energiezuiniger te maken. "De opgave is om te zorgen dat de monumentale, kleinschalige en groene sfeer van de wijk behouden blijft zonder dat de moderniseringsopgave belemmerd wordt. Het groen in de buurt zal verder versterkt worden en ook de verbinding met het omliggende groen van Park Frankendaal en de Nieuwe Ooster Begraafplaats wordt verbeterd', zo valt te lezen in het plan.
Het plangebied is opgedeeld in het gedeelte waarbij De Key betrokken is en het gedeelte waarbij Rochdale betrokken is.
De Key: renovatie en ontduplexen 279 woningen
Vier van de zes monumentale blokken zijn van De Key en omvatten 279 woningen. Voor deze blokken geldt dat de hovenstructuur volledig gehandhaafd moet blijven. De Key zet in op het ontduplexen (samenvoegen) van 50% van de woningen. Compensatiemogelijkheden voor verlies aan woningen zijn er niet voor De Key binnen de handhaving van de hovenstructuur. Dit betekent dat er uiteindelijk ongeveer 210 woningen overblijven, aldus het plan.
Rochdale: renovatie 112 woningen en bouw 455 woningen
Rochdale heeft anno 2010 494 woningen in de wijk in bezit. Het plan stelt dat de stedenbouwkundige opzet voor het deelgebied waarin Rochdale bezit heeft wel mogelijkheden biedt tot compensatie van het verlies aan woningen. Voor dit gedeelte wordt de randvoorwaarde gesteld dat het aantal woningen tenminste gelijk blijft. Rochdale renoveert (en vergroot mogelijk) 112 tot monument verklaarde woningen. Een deel van het bezit wordt gesloopt en daarvoor komen 455 nieuwe woningen voor terug.
Van de aan te pakken woningen wordt tenminste 30% betaalbare huurwoningen gehandhaafd. Hierbij wordt (evt. tijdelijk) zoveel als nodig gerealiseerd ten behoeve van passende huisvesting voor terugkeerders. De opbrengsten van huur en verkoop van het nieuwe gedeelte maken het renovatieplan voor de corporaties haalbaar.
Lees meer over het stedenbouwkundig plan:
- KEI-nieuws: Stedenbouwkundig plan voor tuindorp Jeruzalem na 10 jaar vastgesteld, 2 juni 2009
- Stadsdeel Oost-Watergraafsmeer: Stedenbouwkundig plan Jeruzalem
Start vernieuwing (2010)
Op 11 februari 2010 is de vernieuwing van Jeruzalem officieel gestart met het definitief toekennen van de status van rijksmonument door voormalig minister Plasterk. Daarmee is voor het eerst in Nederland een naoorlogse wijk aangewezen tot rijksmonument.
Het Investeringsbeluit en de grondexploitatie op basis van het Stedenbouwkundig Plan voor Jeruzalem is op 20 januari 2010 vastgesteld door de Gemeenteraad van Amsterdam.
Lees en bekijk meer over de start:
- Persbericht: Jeruzalem als eerste naoorlogse wijk rijksmonument, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 5 feb 2010
- Video op website RTV Noord-Holland: Wijk Jeruzalem wordt Rijksmonument, 17 feb 2010
- Video op AT5.nl: Complete wijk benoemd tot Rijksmonument, 11 februari 2010

Financiering
In oktober 2009 presenteerden zes Amsterdamse woningcorporaties hun gezamenlijke ambities voor het nieuwe stadsdeel Amsterdam Oost tot en met 2014. De corporaties hopen in de nieuwe structuur intensiever en productiever met het nieuwe stadsdeel samen te werken aan de stedelijke vernieuwing dan voorheen het geval was.
Het gaat in totaal om € 1,2 miljard corporatie-investeringen in Oost tot en met 2014. Daarvan is bijna de helft nodig voor de herstructurering in Oost, € 157 miljoen voor onderhoud en € 67 miljoen voor realisatie van maatschappelijk vastgoed en projecten ten behoeve van de leefbaarheid. Het is niet precies duidelijk hoeveel geld daarvan naar de vernieuwing van Jeruzalem gaat.
Lees meer over het gezamenlijke aanbod van de corporaties...
Leerpunten / Resultaten
Bewonersparticipatie
Aan het begin van het proces rond 2000 is het betrekken van bewoners niet optimaal verlopen. Dat constateert Marieke Top, gebiedsontwikkelaar bij De Alliantie. In het artikel 'Bewonersparticipatie of loopgravenoorlog? Het nieuwe Jeruzalem' (NUL20, 2004) zegt Top hierover: "Die eerste brief had anders gemoeten. Zo hadden we het proces van bewonersparticipatie niet in moeten gaan."
In hetzelfde artikel noemt de auteur met betrekking tot het samenwerkingsproces de volgende ‘lessen van Jeruzalem’:
- Met de eerste brief (februari 2000) werden de bewoners ‘geïnformeerd’. De latere instelling van een ‘Breed Maatschappelijk Overleg’ duidt op grotere inbreng van de bewoners. Maar welke? Worden ze ‘geraadpleegd’ (waarbij de betrokkenen gesprekspartner zijn) of heeft hun inbreng de status van ‘advies’: de ingebrachte ideeën van participanten spelen een volwaardige rol bij de beleidsontwikkeling? Actiegroep ‘Jeruzalem blijft’ ging duidelijk, maar ten onrechte, uit van ‘coproduceren’ of zelfs ‘(mee)beslissen’. Dergelijke miscommunicatie is symptomatisch voor veel participatietrajecten.
- In dit verband zijn ook de informatiestromen van belang. Als belangrijke gegevens niet, laat of onvolledig beschikbaar komen voor alle betrokkenen is achterdocht het onvermijdelijke resultaat.
- Tenslotte, ook de psychologie van het proces verdient aandacht. Zakelijke of juridische argumenten verliezen het maar al te vaak van emoties. Wie herstructurering wil presenteren als kans, en niet als bedreiging, moet goed inzetten en blijk geven van invoelingsvermogen. Een huurder ervaart ‘zijn’ huis als de basis van zijn leven.
Lees het complete artikel op NUL20.nl...
Veel beter in 2008 en 2009
Zo slecht als de participatie van bewoners in het begin ging, zo veel beter verliep het bij de totstandkoming van het stedenbouwkundigplan in 2008. In totaal zijn er drie grote informatiebijeenkomsten en zes werkgroepbijeenkomsten georganiseerd, waarin bewoners zich over de toekomst van de buurt bogen. Uiteindelijk zijn de resultaten van de werkgroepbijeenkomsten aan de buurt gepresenteerd.
De werkgroepen hadden elk een eigen thema:
- Zorgeloos Wonen: ‘wonen met (zorg)voorzieningen’, ‘een veilig Jeruzalem’, ‘toegankelijkheid/bereikbaarheid van/in de buurt’, ‘vernieuwen en verhuizen zonder zorgen’.
- Mooi Mokums Monument: ‘groen in de buurt’, ‘inrichting van de hofjes’, ‘openbare ruimte’, ‘verkeer’ en ‘het centrale plein’.
- Ouderwetse Gezelligheid: ‘sociale structuur in de wijk’, ‘leefbaarheid’ en ‘voorzieningen’.
Lees het verslag van de participatie bij het stedenbouwkundig plan op de website van het stadsdeel.
Monumentenzorg nieuwe stijl
Volgens Esther Agricola, directeur van Bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam, is bij de vernieuwing sprake van 'monumentenzorg nieuwe stijl'. In een interview met Archined (sept 2008) zegt Agricola: "De winst voor ons is dat de stedenbouwkundige structuur behouden blijft, dat is de essentie van Jeruzalem. De duplexwoningen waren experimenteel en bedoeld als tijdelijke woningbouw. Door een deel van de wijk te vernieuwen kan je de vertrouwde sfeer nog oproepen. Dat is ons bijvoorbeeld in de Bijlmer niet gelukt, maar door een andere opstelling te kiezen, blijkt dat hier wel te kunnen."
De aanwijzing tot monument maakte volgens Agricola nieuwe onderhandelingen over de wijk mogelijk, waarbij monumentenzorg heeft ingezet op het behoud van een aantal bepalende elementen, zoals de hoven en de groene assen die de wijk doorkruisen. Adviseurs zijn ingevlogen om de woningcorporatie en het stadsdeel daarvan te overtuigen.
"Op die manier hebben we het voor elkaar gekregen dat iedereen begreep dat de stedenbouwkundige opzet van de wijk uniek is. Door een deel van de wijk te vervangen kan de woningcorporatie de gewenste grotere woningen bouwen", aldus Agricola
Agricola ziet het bereikte akkoord als een doorbraak in de onderhandelingen over Jeruzalem, maar ze is pas tevreden als de plannen naar behoren worden uitgewerkt. Afgedwongen is dat monumentenzorg bij het proces betrokken blijft.
Lees het complete interview met Esther Agricola op Archined.nl...
Geraadpleegde bronnen en leestips
- Donker van Heel, B. (2004) Bewonersparticipatie of loopgravenoorlog? Het nieuwe Jeruzalem. In: NUL20, januari 2004.
- Gemeente Amsterdam (2001), Startnotitie gebiedsgerichte aanpak Jeruzalem (word-bestand).
- Monumenten.nl (2005) Restauratie van naoorlogse architectuur.
- Polman, M. (2004) Jeruzalem. In: DOCOMOMO nieuwsbrief, juni 2004.
- Stuurgroep Vernieuwing Jeruzalem (2002) Jeruzalem Bulletin, juni 2002.
- Tellinga, J. (2004) Wij wonen prachtig! Jeruzalem, Amsterdam. In: De Grote Verbouwing. Rotterdam: februari 2004.
- Website Het geheugen van oost
- Website Stadsdeel Oost-Watergraafsmeer: Plannen en projecten: Jeruzalem




