Kennisbank > Dossier wonen-leren-werken > KEI-overzicht Achter de voordeur > Project...

Dossier Wonen-leren-werken

Rotterdam, De Peperklip

Afbeelding(en)
Start: 2002

Betrokken partijen
Gemeente Rotterdam
Vannimwegen
Vestia Groep
Werken aan de Stad bv
Stichting Cleo Patria

Woongebouw De Peperklip in Rotterdam is van begin af aan getekend door grote woon- en beheerproblemen. Er werd gedeald en ingebroken, het gebouw en de omgeving vervuilden, de bewoners kenden elkaar niet of nauwelijks en wantrouwden iedereen. In de loop der jaren werden veel fysieke en sociale oplossingen verzonnen maar de problemen bleven. Toch is het gelukt het tij te keren, mede dankzij de inzet van een floormanager.

Beschrijving
Wooncomplex de Peperklip in Rotterdam-Zuid, net achter de Kop van Zuid, is in 1982 tot stand gekomen naar het ontwerp van Carel Weeber. In de twintig jaar die daarop volgde, heeft de Peperklip een slechte reputatie opgebouwd. De Peperklip kwam gereed toen de stadsvernieuwing net goed op stoom kwam. “Vanaf het begin is iedereen in de Peperklip geplaatst die niet regulier te plaatsen was. Het stond in het midden van een zandvlakte, niemand had er ook last van”, zegt Jenny Schakelaar, directeur van corporatie Vestia Rotterdam Feyenoord, de eigenaar van het complex. In het gebouw kwamen in één klap en masse de ‘overlopers’ uit de stadsvernieuwing te wonen. Dit waren mensen die als regel niets te kiezen hadden. Onder hen waren veel mensen met problematisch gedrag. Ook om andere redenen is het imago vanaf het begin slecht geweest. “Zo heeft er een gigantische kakkerlakkenplaag geheerst die breed in de media heeft gestaan.”



Vestia kwam in 1997 door enkele fusies in het bezit van de Peperklip. Na de aankoop knapte de corporatie het complex op, maar junks, probleemjongeren en vandalen zorgden na een aantal jaren opnieuw voor overlast. Fred Bergwerff en Ton Huiskens, respectievelijk adviseur en directeur van bureau Werken aan de Stad, beschrijven de ontwikkelingen van de Peperklip op beeldende wijze in Sisyphus aan de Maas (2003): “In de Griekse mythologie was Sisyphus door de Goden veroordeeld om in de onderwereld een zwaar rotsblok naar de top van een berg op te wentelen. Bijna op de top rolde het weer naar beneden en was hij verplicht zijn werk opnieuw te beginnen. De Peperklip is een wooncomplex dat steeds opnieuw in de problemen raakt. Al meerdere keren is er een plan gemaakt om dat op te lossen. Dat levert tijdelijke verbeteringen op, die niet beklijven. Zoals Sisyphus moet Vestia steeds weer in de 22 jaar dat het gebouw er staat opnieuw onderaan beginnen”.

Het moment van ommekeer kwam in 2002, toen Vestia besloot er een streep onder te zetten en het roer 180 graden om te gooien: sociaal ingrijpen. Er waren weliswaar bouwkundige problemen, maar de kern van de problemen zat in het beheer. Onder bewoners heerste een groot wantrouwen jegens de verhuurder. Klachten van bewoners werden niet verholpen en medewerkers van instanties kwamen hun afspraken niet na.

Door de volgende vier knelpunten ging het structureel mis met het wooncomplex:

  • Een klein aantal ‘rotte appels’ onder bewoners had een buitensporige invloed.
  • De professionele inzet richtte zich op het schoon en heel houden van het gebouw en niet op de bewoners.
  • Professionals zagen de problemen in de Peperklip als natuurlijk en vanzelfsprekend.
  • De beherende en de welzijnsorganisaties waren te los van elkaar en te uitvoerend bezig.


Aanpak
Vestia heeft ervoor gekozen om de Peperklip met een sociaal programma aan te pakken. Zo is er een formule van floormanagement toegepast, om het beheer en de contacten tussen bewoners onderling te verbeteren. Ter ondersteuning heeft Vestia ruimte gegeven voor een vrouwenhuis en voert het een experiment uit met het toewijzen van woningen aan de hand van leefstijlen.

Floormanagement
Floormanagement is een vorm van stedelijke vernieuwing, waarbij de beleving van het wonen centraal staat. Dit betekent dat vooral in mensen geïnvesteerd wordt, door scherp en doelgericht beheer en door sociale en economische investeringen. Bouwtechnische ingrepen staan mede in het teken van goed wonen. Het is een vorm van regie die ervoor zorgt dat vooral de bewoners merken dat er echt iets verandert. Werken aan de Stad heeft een werkformule voor floormanagement ontwikkeld en deze toegepast in de Peperklip. “Je lost sociale problemen niet op door een gebouw te veranderen,” zegt Fred Bergwerff, floormanager in de Peperklip en adviseur van bureau Werken aan de Stad." Het karakteristieke en vernieuwende element in de sociale aanpak van de Peperklip is dat floormanager Bergwerff eerst, om een beeld te krijgen van het leven en de problemen in het wooncomplex, een maand lang in een kale portiekwoning middenin de Peperklip heeft gewoond. Hij begaf zich op alle denkbare tijdstippen in de portieken en op straat. Bergwerff noteerde hoe laat het vuilnis wordt opgehaald, hoeveel afval de vuilniswagen achterlaat, wie ’s avonds over straat loopt, welke geluiden je hoort, en waar het vuil naar beneden komt. Op deze manier kan een goede analyse van de problematiek gemaakt worden en een aanpak die daarop aansluit. Zijn belangrijkste conclusies waren: “Iedereen die zich met de Peperklip bezighoudt, werkt óm de bewoners heen” en “Je moet een ondergrens definiëren en die keihard handhaven.”

De observaties hebben vervolgens geleid tot een beheerscenario waarin bewonersemancipatie centraal staat. Alle investeringen zijn hierbij gericht op het realiseren van een op emancipatie gericht woonmilieu, waarin bewoners ook zelf verantwoordelijk kunnen zijn. Vervolgens is het scenario uitgewerkt in een plan met een aantal verbeterpunten. Daarbij zijn de uitgewerkte sociale doelstellingen op het terrein van emancipatie en schoon, heel en veilig doorslaggevend.

Voordat floormanager Bergwerff in de Peperklip aan de slag is gegaan, heeft Vestia rigoureus ingegrepen, door al haar medewerkers die in de Peperklip werkten weg te halen en het welzijnswerk de deur te wijzen. De floormanager kreeg min of meer carte blanche om de ‘sociale herovering’ vorm te geven. Het eerste tastbare wat is gebeurd, is het opknappen en afsluiten van de garageboxen. Ieder portiek en garageboxengang kregen een unieke sleutel, zodat alleen de bewoners er toegang toe hebben. Een beperkt aantal probleemhuurders is uit hun huizen geprocedeerd. Een schimmige pizzeria werd voor een half jaar gesloten, de liften werden opgeknapt en bekleed met traanplaat tegen het urineren (op deze stalen plaat spat de urine op). Verder zijn er strenge regels ingevoerd ten aanzien van huisvuil en het laten slingeren van spullen in de portieken.
Lopende dit proces is een dag voor de bewoners georganiseerd in het nabij gelegen Albedacollege: de Peperklipdag. Bewoners van 22 portieken zijn toen uitgenodigd om met medewerkers van Vestia te spreken. Alle bewoners zijn persoonlijk benaderd. Het resultaat was de aanstelling van 25 nieuwe portiekcontactpersonen.

De floormanager heeft als regisseur de verantwoordelijkheid gekregen voor het behalen van de resultaten. Op uitvoerend niveau heeft hij samengewerkt met de huismeester, de buurtagent en de beheerconsulent en heeft hij voortdurend teruggekoppeld naar het strategisch niveau van de corporatie en deelgemeente. Bergwerff heeft de regie gevoerd zonder de verantwoordelijkheden van het bestaande apparaat over te nemen. Met uitvoerders is geanalyseerd wat nodig was en vervolgens zijn de oplossingen ‘besteld’ bij het strategisch niveau.



Vestia heeft in 2004, nadat het een jaar lang de aanpak intensief had gevolgd, de gevolgde werkwijze van floormanagement van Werken aan de Stad overgenomen. Om ervoor te zorgen dat de floormanager op termijn onmisbaar wordt, worden bewoners betrokken en zo mogelijk verantwoordelijk gemaakt. Het aantal professionals kan hierdoor zo klein mogelijk worden gehouden. De gedachte is dat over een aantal jaar de cultuur in de Peperklip zo is verbeterd dat de bewoners zelf in staat zijn opnieuw afglijden te voorkomen.

Bureau Werken aan de Stad wil het floormanagement-concept ook toepassen op andere plaatsen in het land. Een van deze projecten is de Molenbuurt in Almere Buiten. Op de SEV-website meer informatie over dit experiment. Op de website van Werken aan de Stad is het laatste nieuws rond dit experiment te vinden. (NRC Next: Undercover in probleemwijk (pdf-bestand), 8 jan 2007)

De Studio
Een sterke bijdrage aan de sociale structuur binnen de Peperklip is de komst van vrouwenhuis de Studio. In 2003 zijn twee appartementen op initiatief van Stichting Cleo Patria heringericht tot ruimte voor ontmoeting, cursussen en activiteiten van en voor vrouwen. De Studio had een grote spin-off tot gevolg: binnen een jaar werd het vrouwenhuis het sociale hart van de Peperklip. Bewoners zeggen elkaar sindsdien beter te kennen en te begrijpen. Cleo Patria beheert vier multiculturele vrouwenhuizen in Rotterdam met als doel participatie, emancipatie en integratie te bevorderen. Het is volgens de stichting van belang dat het proces niet naar binnen en naar de eigen cultuur is gericht maar naar buiten, de samenleving en andere culturen. De stichting geeft vrouwen de kans hun kwaliteiten in te zetten, waardoor zij een gewaardeerde plek in de samenleving kunnen innemen.

Leefstijlen
Vestia is ook een experiment gestart met woningtoewijzing aan de hand van leefstijlen. Een verhuurmakelaar bekijkt welke leefstijl mensen hebben en hoe goed iemand bij zijn buren past. Vestia verdeelt mensen grofweg in drie groepen:

  • bewoners die redelijk anoniem en in rust willen leven
  • bewoners type ‘portiek’, heel sociaal, met spelende kinderen en bijbehorend rumoer en
  • bewoners die van rust houden, maar nauw contact met de buren op prijs stellen.

Wie na een vragenlijst en een gesprek met de verhuurmakelaar een woning krijgt toegewezen, tekent niet alleen voor een huurcontract. Er moet ook een handtekening worden gezet voor de gekozen leefstijl. Verhuurmakelaar Mila Baidjoe: “We maken dwingende afspraken over de basisregels die horen bij een bepaald portiek. Natuurlijk is dat: het moet schoon zijn, we behandelen elkaar met respect, na achten niet meer klussen, maar afhankelijk van de leefstijl wordt dat aangevuld met: kinderen mogen wel of niet op de overloop spelen, ik speel wel of geen instrument.”
Vestia heeft besloten een vierde doelgroep op te nemen: studenten. Voor deze specifieke leefstijl heeft de corporatie een deel van de Peperklip vrijgemaakt. Floormanager Hans Vliege, opvolger van Fred Bergwerff, ziet voor alle partijen grote voordelen: “Wij bieden de studenten gratis internet, in ruil daarvoor vragen we ze computerles te geven in het vrouwenhuis. Bij het vrouwenhuis komt een mensa; de studenten eten voor een paar euro, enkele vrouwen kunnen aan het werk!”

 

De Peperklip in tv-documentaires
De Peperklip als decor voor een tv-documentaire. Jennifer Pettersson, een jonge Zweedse regisseur, zocht voor haar film over 'het wachten' een locatie met een eigen visuele kracht. Ze vond die in de Peperklip, "een in het oog springend flatggebouw waar mensen in honderden wooneenheden hun leven leiden". Pettersson zoemt in op vier schijnbaar willekeurige woningen en portretteert de bewoners. Levens die door omstandigheden 'in de wacht' zijn gezet. (Holland Doc - Het leven is ergens anders; IKON, 28 sept 2006)
In mei 2007 zond de Avro een documentaire uit van de architect van de Peperklip, Carel Weeber. In deze documentaire blikt de architect kritisch, maar ook met humor, terug op zijn nalatenschap. Carel Weeber is een controversiële figuur binnen de Nederlandse architectuur. De afgelopen decennia haalde hij dikwijls de publiciteit, niet alleen met zijn huizen en gebouwen, maar ook met zijn innovatieve en vaak tegendraadse ideeën over architectuur, bouwen, wonen en volkshuisvesting. De film zoekt antwoord op de vraag hoeveel risico een mens loopt die steeds van stijl en standpunt verandert. De film voert langs markante plekken in het oeuvre van Weeber, waaronder het lange zwarte woningblok De Zwarte Madonna (Den Haag) en de op de containercultuur geïnspireerde Peperklip. (Avro, 6 mei 2007)

Prijsvraag 25 jaar Peperklip (2007)
De Peperklip bestond in 2007 25 jaar. Om dit te vieren en in het kader van Rotterdam 2007, City of Architecture, heeft Vestia Rotterdam Feijenoord in dat jaar een openbare projectprijsvraag uitgeschreven onder jonge (interieur)architecten voor de verbetering van de entrees in de koppen van de Peperklip. De deelnemers mochten niet eerder geboren zijn dan 20 februari 1967. Doel van de prijsvraag was de zes entrees van de hoogbouw van het markante woongebouw van de hand van Carel Weeber aan te pakken zodat het gevoel van veiligheid vergroot wordt. Hiervoor konden jonge architecten en interieurarchitecten een ontwerp indienen en een geldprijs winnen, oplopend tot € 5.000. Het winnende ontwerp wordt bovendien uitgevoerd. Speciaal voor deze projectprijsvraag heeft Carel Weeber zitting genomen in de onafhankelijke jury. De prijsvraag is geheel via de website www.peperklip.nl uitgeschreven. De prijsuitreiking vond plaats op 29 juni 2007.



Financiering
De kosten van de gekozen aanpak zijn volgens Vestia hoog. Daar staat tegenover dat de opbrengst voor de corporatie nog hoger is (minder schade, minder overlast, hogere waarde van het vastgoed, langer gebruik van het complex).



Leerpunten / Resultaten
Jenny Schakelaar van Vestia noemt de Peperklip “weer een monument”. Het ligt op een prachtige plek en bewoners kunnen weer trots zijn op hun woning en gebouw. “Bewoners verdienen het ook niet om in een slechte omgeving te wonen.” De woningen in het gebouw staan nu minder lang leeg. “Je ziet ook doorstroming binnen de Peperklip; bewoners die liever in een andere woning willen wonen in het gebouw.”

 

De nieuwe aanpak kost wel wat, zegt Schakelaar: “Er gaat veel energie en menskracht van Vestia naar de Peperklip. Dat staat niet in verhouding tot andere wooncomplexen. Als de Peperklip weer op de rails staat, dan zullen de investeringen ook teruglopen. Ook de inzet van de floormanager wordt gereduceerd. Maar ik kan me ook voorstellen dat de conclusie is dat er voor dit type wooncomplexen een constante investering van een floormanager nodig is.”

Werken aan de Stad haalt een aantal leerpunten uit de aanpak van de Peperklip:

  1. Het strategisch niveau van de woningcorporatie moet voor deze aanpak kiezen en op zoek gaan naar commitment bij partners zoals de deelgemeente.
  2. De gehele organisatie moet bewust en doordrongen zijn van die keuze. Bij floormanagement gaat het om scherp en doelgericht beheer.
  3. Het gaat om de strategie: bewoners behoren van object van beheer tot subject van beleid te worden gemaakt.
  4. Er is een harde ondergrens nodig. De regels moeten streng worden gehandhaafd.
  5. Een strakke beheermachine is vereist. Geen uitvoerders op een eiland, maar een goede spreek-luisterverbinding. Want het gaat erom, dat er iets met de klachten gebeurt.
  6. Sociale en technische investeringen die in elkaars verlengde plaatsvinden, versterken elkaar. Als organisaties te los van elkaar werken worden weinig resultaten geboekt.
  7. Beweging onder bewoners is essentieel. Eigen netwerken en activiteiten van bewoners moeten herkend en gestimuleerd worden.
  8. Adequate regie is doorslaggevend. Het gaat om een beweging op de vloer die van bovenaf wordt aangestuurd. Aanwezige potenties kunnen positief worden aangewend.
  9. Er dient planmatig te worden gewerkt. In een plan van aanpak moeten resultaten geformuleerd zijn en men dient te meten of die resultaten worden gehaald en waar sturing of bijsturing nodig is.
  10. In de communicatie is het belangrijk dat bewoners vertellen wat er verbeterd is en hoe.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) noemt in haar rapport ‘Buurtinitiatieven en buurtbeleid in Nederland anno 2004’ (2005) de volgende succesfactoren, bedreigingen en faalfactoren:

  1. Succes-/faalfactor: kwaliteit en positie opbouwwerkers
    De corporatie heeft de functie van floormanager gecreëerd op een hoger niveau en met meer bevoegdheden dan gebruikelijker is voor opbouwwerkers. Het is bovendien ongebruikelijk dat het de corporatie is die deze functie inricht, en niet het welzijnswerk. De Vestia-directeur voor Rotterdam Feijenoord is zich ervan bewust wat een opbouwwerker kan beteken voor bewoners, maar is niet tevreden over de kwaliteit van het huidige opbouwwerk. Het grote probleem vindt ze dat opbouwwerkers zich teveel vereenzelvigen met bewoners en daardoor niet goed tot ‘schakelen’ in staat zijn tussen bewoners en de instanties. Ook vindt ze het jammer dat ze geen eisen kan stellen aan het opbouwwerk. Het blijft daardoor te vrijblijvend. Fred Bergwerff, de floormanager, vindt dat die vrijblijvendheid met de corporatie als opdrachtgever weg is: “Het is heerlijk om met corporaties te werken. Ze hebben massa en daadkracht; een verademing vergeleken met het welzijnswerk. Ze zien het nut in van sociale, fysieke en economische belangen.”
  2. Succesfactor: belang van de corporatie
    Het floormanagement is een belangrijk deel van het succes van de peperklip. Het experiment met de floormanager geeft ook aan dat floormanagement een toekomst kan hebben als instrument van corporaties om de waarde van hun woningbezit in stand te houden. Door de - voornamelijk sociale – investering is de leegstand in de Peperklip sterk teruggelopen en de verhuissnelheid afgenomen. Hiermee is een grote kostenpost ingeperkt. Corporaties zijn dan ook geïnteresseerd in het concept van Werken aan de Stad. Floormanagement lijkt daarmee ook een veelbelovende volgende stap in het wijkbeheer.
  3. Succesfactor: woningcorporatie ontwikkelt meer sociaal instrumentarium
    De Peperklip illustreert dat corporaties ook sociale instrumenten kunnen benutten of ontwikkelen, ook als dat deels op het bordje van het opbouwwerk zou liggen. Het belang van die vaststelling is dat in veel herstructureringsgebieden het sociale instrumentarium onvoldoende ontwikkeld wordt, en dat er dan ‘oversprongbewegingen’ in de fysieke sfeer worden gemaakt: gooi het hele gebouw, de straat, de buurt maar plat. Ook bij De Peperklip heeft deze gedachte gespeeld – maar dat zijn dure ‘oplossingen’ voor gebouwen die economisch nog lang niet afgeschreven zijn.
  4. Succes-/faalfactor: trots van bewoners
    Een belangrijk probleem van de eerdere situatie van De Peperklip was, dat bewoners zich schaamden om daar te wonen. Dat versterkt het negatieve imago van het gebouw. Die negatieve spiraal is nu doorbroken. Blijvers zijn winnaars geworden in plaats van verliezers.
  5. Succes-/faalfactor: combinatie sociaal activeren en fysiek investeren
    De problematiek in De Peperklip was complex; dat vroeg ook om een oplossing die deze problematiek integraal aanpakte. De combinatie van het fysiek grondig opknappen met het sociaal activeren van bewoners versterkte elkaar onderling. Wat één van de belangrijke sociale elementen betreft, heeft de corporatie goed gezien dat met het herstel van een jeugdhonk ze opnieuw de ellende zouden aantrekken, maar dat ze (op de begane grond, bij de ingang) een ‘vrouwenhuis’ moesten creëren. Jenny Schakelaar van Vestia: “De ‘hoofddoekjes’; diè moesten we hebben!” De cursussen en ander activiteiten van het vrouwenhuis leiden tot meer onderlinge contacten en ontmoeting.

Adviesbureau Gerrichhauzen en Partners concluderen na afloop van een door hun georganiseerd werkbezoek aan de Peperklip: “De kracht van de aanpak is enerzijds de tomeloze energie van de professionals die het project trekken en anderzijds de onorthodoxe aanpak. Voor dat laatste is het belangrijk dat er een manager op hoog niveau verantwoordelijk is voor het project (de floormanager) die het blinde vertrouwen geniet van de directie.”

De SEV bericht in januari 2007 over een evaluatieonderzoek dat Vestia in 2006 heeft laten uitvoeren door Fred Bergwerff (Werken aan de Stad) en een bewonersenquête door USP Marketing. De vraag is of er na drie jaar weer kan worden overgeschakeld op normaal beheer. Immers: hoe behoud je het draagvlak bij bewoners en voorkom je dat onverschilligheid terugkeert in de beheerorganisatie?

In het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken:

De situatie in de Peperklip is objectief verbeterd
De vandalismekosten zijn gedaald, de veiligheid is verbeterd en de huurachterstanden zijn gedaald; toch zijn de beheerkosten per woning nog hoger dan gemiddeld.
Uit het bewonersonderzoek blijkt dat in 2006 75% van de bewoners er trots op is om in de Peperklip te wonen; drie jaar eerder was dat slechts 16%. De meeste bewoners vinden dat de service is verbeterd in de periode van het floormanagement; maar zij zijn nog niet tevreden over de bestrijding van het vandalisme, met name in de trappenhuizen; de grootste problemen zijn nog steeds: zwerfvuil, hangjongeren en vandalisme. Tot slot oordeelt de meerderheid positief over toewijzing op leefstijl en over het ontmoetingscentrum Studio Peperklip, waar onder andere Cleo Patria gebruik van maakt.

Floormanagement verslapt
Bij de wisseling van de wacht – de oorspronkelijke floormanager is medio 2006 vertrokken - liet Vestia de teugels vieren. Enkele wezenlijke onderdelen van dit intensieve beheermodel worden hierdoor niet meer toegepast: bijhouden logboek gebeurtenissen, overzichten maken van overlast en 'borging' van de aanpak binnen de beheerroutines van Vestia en het dagelijks werk van de wijkagent. Uit het bewonersonderzoek en uit de beheergegevens blijkt dat het weliswaar beter gaat met de Peperklip, maar dat dit nog steeds geen 'normaal' wooncomplex is.

Wetenschappers constateren 'een andere normaalstand'
De SEV vroeg drie wetenschappers om commentaar: Arnold Reijndorp, Talja Blokland en André Ouwehand. De sociale wetenschappers geven als reactie dat het een bijzonder complex blijft met een 'andere normaalstand'. Het gaat nu klaarblijkelijk beter met het woonklimaat in de Peperklip, dat blijkt ook al uit de sfeer en prestaties op de aangrenzende basisschool. Maar hoe houd je deze sociale herovering vast?
Ook in het verleden zijn er korte periodes geweest waarin het beter ging met de Peperklip na een stevige aanpak , maar dit succes is nooit bekleven. De openbare ruimte en de portieken blijven uiterst kwetsbare plekken in zo’n grootschalig grootstedelijk complex.
Een punt van zorg is dat niet duidelijk is waar de continuïteit in het beheer nu precies is verankerd. Kennelijk is het succesvolle beheermodel niet verankerd binnen de corporatie, maar afhankelijk van personen. En na drie jaar zijn die grotendeels gewisseld. In hoeverre is de corporatie dan een 'lerende organisatie'? Of hebben apparaten een sterke neiging tot geheugenverlies? Zou je producten als intensief beheer dan kunnen verankeren in een keurmerk? Ook de bewonerscommissie is kennelijk niet sterk en stabiel genoeg om daar het beheermodel te verankeren, aldus de wetenschappers.

Hoe verder?
Twee conclusies dringen zich volgens de SEV op:

  • in woningcomplexen met de kenmerken van de Peperklip is intensief beheer conform het model van floormanagement duurzaam nodig;
  • indien intensief beheer niet wordt geborgd of verankerd binnen de corporatie dan treedt een natuurlijke cyclus van verslapping van de aandacht op.

In de extra kosten van het intensief beheer verschaft het rapport geen inzicht. Wel in de opbrengsten. Op jaarbasis wordt ongeveer € 100.000 bespaard op huurachterstanden en € 10.000 op vandalismekosten. Maar de belangrijkste opbrengst is misschien wel de toegenomen tevredenheid en trots op hun woongebouw onder de bewoners.
Vestia heeft naar aanleiding van het evaluatierapport van Werken aan de Stad besloten om nog twee jaar door te gaan met floormanagement in de Peperklip. Daarbij zullen aan de ene kant de bijbehorende beheerroutines verankerd in het apparaat. Aan de andere kant zal gewerkt worden aan een cultuuromslag in het werkapparaat, waardoor de nieuwe manier van beheren meer vanzelfsprekend wordt.



Recente ontwikkelingen

Maart 2008

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het woongebouw is het boek De Peperklip verschenen. 2007 was het jaar voor een feestje. In deze publicatie wordt ingegaan op de 25-jarige geschiedenis van het gebouw en haar bewoners aan de hand van essays, fotografie, columns en architectuur.

 

 

Geraadpleegde bronnen en leestips

Dit project is opgenomen in het boek Tien jaar stedelijke vernieuwing in vijftig teksten en projecten.

 



 



Toevoegen aan
persoonlijk dossier
Gerelateerde dossiers
Rol corporaties
Identiteit, leefstijlen en woonmilieus
Participatie en communicatie
Leefbaarheid
Integratie en emancipatie